Engels : Nederlands go fishing = gaan vissen beach = strand castle = kasteel skyscraper = wolkenkrabber through = door desert = woestijn lake = meer campsite = camping noisy = lawaaierig / rumoerig take a tour = een tocht maken / een rondleiding volgen go on a boat trip = een boottocht maken waterfall = waterval busy = druk visit = bezoeken modern buildings = moderne gebouwen