Engels : Nederlands forever = voor altijd young = jong old = oud healthier = gezonder fitter = fitter fear = angst job = baan drive a car = autorijden time to play = tijd om te spelen do nothing = niets doen change = veranderen fizzy drink = frisdrank look forward to = uitkijken naar decide = besluiten chore = klusje stay up late = laat opblijven go on holiday alone = alleen op vakantie gaan listen to your parents = naar je ouders luisteren take care of everything = overal voor zorgen live on my own = op mezelf wonen earn money = geld verdienen make choices = keuzes maken pay the bills = de rekeningen betalen